Economie Moderne Talen

lessentabel economie moderne talen

vakken

5e

6e

aardrijkskunde

1

1

Duits

3

2

economie

4

4

Engels

3

3

Frans

3

4

geschiedenis

2

2

godsdienst

2

2

klasuur

1

1

lichamelijke opvoeding

2

2

natuurwetenschappen

2

2

Nederlands

4

4

project kunst en muziek

1

1

werkcollege (keuzeaanbod)

1

1

wiskunde

3

3

Deze studierichting bestaat uit twee componenten: Economie en Moderne talen.
Deze geven de klemtonen van de studierichting aan.
De combinatie van deze twee vakdomeinen staat borg voor ruime keuzemogelijkheden in het hoger onderwijs, waar enkel een voorbehoud is voor richtingen met veel wiskunde en/of wetenschappen.

Alle studierichtingen van het Algemeen Secundair Onderwijs (ASO) hebben een uitgesproken doorstromingsfunctie.
Dit wil zeggen dat ze enkel en alleen willen voorbereiden op verder studeren in het hoger onderwijs.
Het ASO bereidt je niet voor om direct te gaan werken na het beëindigen van je secundaire studies.
Economie wordt abstract benaderd.
De algemene economie of sociale economie krijgt de meeste aandacht.
Ze bestudeert de menselijke relaties in een land en tussen de landen in de wereld onderling.
Het deelvak bedrijfswetenschappen behandelt de problemen en relaties die kaderen in het bedrijfsbeleid: productie, kostenbeheersing, boekhouding en bedrijfsbeheer, internationale handel, personeelsbeleid ….
De boekhouding is een ondersteunend onderdeel.

In het vak recht maken de leerlingen kennis met de juridische wetmatigheden waarbinnen de samenleving functioneert: het burgerlijk recht met de nadruk op de relaties binnen de familie en met andere burgers, begrippen uit het sociaal en fiscaal recht met relaties tot de overheid.

In alle ASO-studierichtingen neemt de studie van de moderne talen een belangrijke plaats in.
De aandacht gaat naar het ontwikkelen van communicatieve vaardigheden (luisteren, lezen, spreken en schrijven), de reflectie op taal en de kennismaking met anderstalige literatuur.
Accenten liggen op het ontwikkelen van:
– communicatieve en creatieve competenties in het Nederlands en moderne vreemde talen (b.v. leesstrategieën toepassen, literaire smaak ontwikkelen,…);
– competentie op vlak van taalbeschouwing (analyseren van en reflectie over taalstructuren, communicatie, taalfenomenen, …);
– interculturele competenties (literair, filosofisch en historisch bestuderen van culturele achtergronden, culturele diversiteit onderkennen en respecteren).

Leerlingenprofiel